maandag 7 mei 2012

Foto's als fastfood


De eerste aflevering van het tv-programma Nep, gepresenteerd door Owen Schumacher, was gewijd de (on)betrouwbaarheid van de fotografie. Het 27 april jl. uitgezonden programma begon met een onbeduidend itempje over de foto’s die twee meisjes in 1917 in het Engelse Bradford maakten van uit papier geknipte elfjes. Het schijnt dat sommige Engelsen, onder wie de schrijver Sir Arthur Conan Doyle, dachten dat het echte elfjes waren die op de foto’s stonden. Schumacher toog naar Bradford en maakte daar zijn eigen elfjesfoto. Ook nep natuurlijk.

Rhein II van Andreas Gursky (1999)
Daarna ging hij naar de Tate Gallery in Londen, dat een afdruk van het werk Rhein II van de Duitse kunstenaar/fotograaf Andreas Gursky in de collectie heeft. Van dat werk uit 1999 zijn zes afdrukken gemaakt op een formaat van 190 x 360 cm. Eind vorig jaar is bij Christie’s in New York een van de overige vijf exemplaren voor ruim 4,3 miljoen dollar geveild, het hoogste bedrag dat tot nu toe voor een ‘foto’ betaald is.

De Nep-presentator sloeg op de stoep van het museum voor de camera een boek open met een reproductie van het werk. ‘Een schitterende foto,’ zei hij, maar voegde eraan toe dat de kunstenaar een fabriekscomplex ‘listigjes had weggephotoshopt’. Vervolgens vroeg hij zich af hoe moeilijk het is om zo’n foto te maken als je toch fabrieken mag wegpoetsen. Het was overigens niet duidelijk of Schumacher de Tate Gallery werkelijk had bezocht en het ´afdrukje´ met eigen ogen had gezien. Ik heb mijn twijfels.

Noordzeekanaal
In een volgend shot zagen we Schumacher langs het Noordzeekanaal in de weer met zijn digitale spiegelreflex. Het resultaat leverde hij in bij een Photoshop-expert, die er in twee uur een imitatie Rhein II van maakte. ‘Is dat het origineel?’, riep Schumacher toen hij het resultaat op het beeldscherm zag. Stomverbaasd was hij toen hij hoorde dat het de nep-Gursky was. Ja, ja. Schumacher is goed in typetjes, maar niet in acteren.

Owen Schumacher is niet de eerste die zich liet ‘inspireren’ door dit werk van Gursky. Naar aanleiding van het nieuws over ‘de duurste foto ooit’ grepen heel wat mensen hun camera en maakten een vergelijkbare foto en zetten die op internet. Daarmee wilden ze waarschijnlijk aantonen dat ze het belachelijk vinden dat iemand miljoenen betaalt voor een even simpel als saai plaatje, waaraan bovendien flink is gephotoshopt.

Topkunst
Dat de kunsthandel perverse trekjes heeft wisten we al en het is inderdaad merkwaardig dat er miljoenen worden betaald voor een reproduceerbaar werk, nota bene van een nog levende kunstenaar. Maar daar gaat het me nu niet om. Waar het me wel om gaat is dat deze affaire goed laat zien dat de digitalisering en popularisering van de fotografie tegenstrijdige gevolgen heeft voor de waardering van fotografisch beeldmateriaal.

Fotografen als Andreas Gursky zijn dankzij de digitale technieken in staat uitzonderlijke werken te creëren die door hun enorme formaten alleen nog maar in musea of luxe kantoren getoond kunnen worden. Tot voor enkele jaren was dat het domein van imponerende schilderijen van moderne meesters. Doordat de oplagen van de kingzise fotoprints bewust laag gehouden worden, zijn de werken exclusief en dus duur, en daarmee gewilde objecten voor verzamelaars en speculanten. Fotografie als peperdure topkunst.

Daartegenover zijn in de wereld van de amateurs en kiekjesmakers foto’s dankzij de digitalisering juist immaterieel en goedkoop geworden. De fotograaf kan blijven ‘schieten’ want de giga-schijfjes zijn schier onverzadigbaar. Servers slorpen miljoenen beelden op zonder uit hun voegen te barsten. De beelden flitsen voorbij op schermen en schermpjes; overvloedig en vluchtig. Foto’s als fastfood. Leuk en lekker maar verder van weinig waarde.

Dom
Vanuit dat perspectief is het moeilijk te bevatten dat voor een foto absurd veel geld wordt betaald. Mensen maken zich daar boos over of proberen er de draak mee te steken. Ik kan me dat wel voorstellen. Maar dat iemand niet snapt dat er een wezenlijk verschil is tussen een beeldschermprojectie van een plaatje dat samengesteld is uit een stukje Noordzeekanaal en een paar grazige dijkjes en een perfecte kingsize print van een met een grootformaat camera gemaakte en digitaal bewerkte foto van de Rijn, gaat er bij mij niet in. Volgens mij nam Schumacher ons in de maling. Zo dom, kan hij toch niet zijn?

Over het werk Rhein II heb ik geen mening. Daarvoor zou ik het eerst met eigen ogen moeten zien. In het echt dus. Maar een reisje naar Londen heb ik er niet voor over. En ook geen 4,3 miljoen dollar. 
 





















Erik Kessels maakt een foto van de installatie die hij eind 2011 in het FOAM maakte als onderdeel van de expositie What´s next? Voor die gelegenheid printte hij alle beelden uit die in een periode van 24 uur op Flickr waren gezet en stortte deze in de tentoonstellingszalen. (foto Sietse Postma)

Klik hier voor een interessante beschouwing over het werk van Andreas Gursky, geschreven door de Belgische kunstfilosoof en fotograaf Stefan Beyst.


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen