vrijdag 2 oktober 2009

Palestijnse nieuwsfotografie op Noorderlicht: informatie of politiek statement?

 'Kijk maar goed! Want als je het niet wilt zien ben je mededader.'

Deze opmerkelijke tekst lees ik in het boek waarin bezoekers van de hoofdexpositie van Fotofestival Noorderlicht in de Groninger Aa-kerk hun reacties kwijt kunnen. De oproep is niet ondertekend. Ik neem aan dat de tekst slaat op het onderdeel 'Point of No Return' in het hart van de kerk. Daar is te zien wat er gebeurde nadat Israël in december 2008 de Gazastrook binnenviel. De foto's zijn gemaakt door elf Palestijnse nieuwsfotografen. Er zijn gruwelijke beelden bij.

'Point of No Return' is samengesteld door Magnum-fotograaf en -voorzitter Stuart Franklin. Het essay dat hij als toelichting bij zijn selectie schreef, heeft de organisatie onder druk van Associated Press van de expositie en uit de catalogus moeten verwijderen. Volgens AP was afgesproken dat de foto’s voor zichzelf zouden spreken en dat ze niet zouden worden gebruikt om een politiek standpunt te ondersteunen. Toevoeging van de tekst van Franklin zou volgens AP in strijd zijn met deze afspraak. De organisatie van Noorderlicht is uit angst voor juridische en financiële gevolgen gezwicht voor de eis van Associated Press. (Meer info over deze affaire vind je hier.)

Scholieren
De expositie in de Aa-kerk wordt de ochtend dat ik er ben massaal bezocht door leerlingen van scholen voor voortgezet onderwijs. De jongsten zitten en liggen op de grond terwijl ze hun opdrachten maken en overleggen in groepjes welke foto ze zullen kiezen om te fotograferen en in hun verslag op te nemen. De oudere leerlingen, die de excursie maken in het kader van het vak Culturele Kunstzinnige Vorming (CKV), krijgen een rondleiding. Veel leerlingen bekijken de foto's vooral via het schermpje van hun mobiele telefoon of camera. Kennelijk moeten ook zij hun verslag illustreren met foto's van de expositie. Voor de zekerheid fotograferen ze dus bijna elke foto die ze tegen komen.

Voordat de leerlingen het koor binnengaan waar de Palestijnse foto's te zien zijn, waarschuwt de rondleidster dat er afschuwelijke beelden te zien zijn. Wie denkt daar niet tegen te kunnen, kan beter even buiten wachten. Niemand laat zich afschrikken. De foto's worden intensief bekeken. Leerlingen wijzen elkaar op de verschrikkelijke beelden van in het puin beklemde dode kinderen, van zwaar verminkte, bloedende slachtoffers, van complete gezinnen die dood uit hun huis zijn gehaald.

'Kijk maar goed! Want als je dit niet wilt zien ben je mededader.'

Kun je het bekijken van foto's opvatten als een morele daad? Ben je, als je niet wilt kijken medeverantwoordelijk voor het leed dat is afgebeeld? Volgens mij niet. Verantwoordelijk zijn degenen die granaten en raketten afschieten, officieren en generaals die de bevelen geven, politici die het leger inzetten, westerse en Arabische leiders die geen besluiten durven te nemen, burgers die zulke leiders in het zadel helpen en ondanks alles blijven steunen. Niet degene die in de Aa-kerk letterlijk de ogen sluit voor de gevolgen, omdat hij het leed niet aan kan zien.

Foto Abid Katib
Boycot
Vlak naast de Aa-kerk is een grote supermarkt. Ik kom er langs op weg naar een andere locatie van Noorderlicht. Voor de winkel staan mensen in groene T-shirts. Ze delen pamfletten uit waarin opgeroepen wordt Israëlische producten te boycotten. Het zal niet toevallig zijn dat hun actie samenvalt met de expositie 'Point of No Return' in de kerk ernaast. Op deze manier worden de foto's die Stuart Franklin selecteerde toch nog gebruikt voor politieke doeleinden.

In een vorig stuk op dit blog had ik het over de macht en onmacht van de fotografie. De expositie 'Point of No Return' laat zien dat fotografie een machtig medium kàn zijn. De expositie zet (jonge) mensen aan het denken over de wereld waarin zij leven, legt machtsverhoudingen binnen de media bloot, stelt de vanzelfsprekendheid van de vrijheid van meningsuiting ter discussie en inspireert mensen om actie te voeren.

Volgens mij is in het Israëlisch-Palestijnse conflict het 'point of no return' al lang en breed gepasseerd. Omkijken heeft geen zin meer. De oplossing ligt in de toekomst. Na een halve eeuw strijd moet er eindelijk eens vrede komen. De foto's in de Aa-kerk laten zien hoe nodig dat is. Ze liegen niet, ook al laten ze maar een deel van de ellendige waarheid zien.

Foto Sietse Postma (2009)


woensdag 23 september 2009

Macht en onmacht van de fotografie

Langs het spoor staat een traumahelicopter. Wat verder, bij het station, zie ik ambulances en politie-auto's. En een drom mensen. Hier is iets mis. Heel even heb ik de neiging een stukje om te fietsen om een glimp van het ongeluk op te vangen. Maar al snel neemt m'n gezonde verstand de touwtjes weer in handen en stuurt me langs de kortste weg naar huis.

Later lees ik op de website van de regionale krant dat er iemand tegen een trein was gevallen. Er is geen beeld bij. Dat verbaast me. Op deze site worden berichten over ongelukken en andere rampen doorgaans verlucht met een videootje, gemaakt door een verslaggever die zijn blocnote verruild heeft voor een camera. Het beeldmateriaal komt ook wel van koelbloedige getuigen, die het autowrak of de uitslaande brand routineus met hun mobieltje hebben vereeuwigd. Weegee is van alle tijden.

Sophie Ristelhueber, Every One # 14
Victoria & Albert Museum, London
© Sophie Ristelhueber / Pro Litteris, Zürich 2009

In de dertiger en veertiger jaren van de vorige eeuw legde Arthur Fellig, alias 'Weegee the famous', genadeloos de duistere kant van het leven in New York vast. Zijn keihard ingeflitste foto's van dood en geweld vonden toen gretig aftrek bij de boulevardbladen. Nu hangen ze in fotomusea. Bijvoorbeeld in het Fotomuseum Winterthur in Zwitserland, als onderdeel van de expositie 'Dark side II' (t/m 15-11-2009).

'Fotografische Macht und fotografierte Gewalt, Krankheit und Tod' is de Duitse ondertitel van deze door Urs Stahel samengestelde expositie. Er hangt werk van Antoine d'Agata, Christian Boltanski, Sophie Calle, Rieneke Dijkstra, Nan Goldin, Peter Hujar, Sally Mann, Sophie Ristelhueber, Andres Serrano, Cindy Sherman, W. Eugene Smith, Francesca Woodman en nog tientallen anderen.
Het zien van zo veel 'Gewalt, Krankheit und Tod' maakt zelfs de grootste optimist moedeloos. Al gauw kan ik het niet meer opbrengen alle beelden zaal na zaal en stuk voor stuk aandachtig te bekijken. Ik versnel mijn pas. Afkeer en nieuwsgierigheid strijden om voorrang. Het concept van de tentoonstelling fascineert me. Vooral het eerste deel van de ondertitel. Heeft fotografie macht?

Oliver Noonan, Near Saigon (Vietnam, 1969)
Courtesy of Associated Press / Keystone Images
© KEYSTONE/AP Photo/Oliver Noonan
JA. Foto's van de oorlog in Vietnam wakkerden in Amerika de protesten tegen de uitzichtloze strijd aan en droegen zo bij aan een sneller einde van de oorlog.

NEE. De hartverscheurend mooie foto's die James Nachtwey begin jaren negentig in Afrika maakte van kinderen die dood gaan van de honger, hebben ondanks hun enorme impact en aandacht geen effect gehad. In Afrika gaan de burgeroorlogen gewoon door en wereldwijd wordt het voedsel nog steeds niet eerlijk verdeeld.

'I have been a witness, and these pictures are my testimony. The events I have recorded should
not be forgotten and must not be repeated' (James Nachtwey).

James Nachtwey zag met eigen ogen een onleefbare wereld waarin mensen proberen te overleven. Ik zie hier, in dit veilige museum slechts de door Urs Stahel geselecteerde beelden van die wereld. Die liegen er overigens niet om. Ik zie misbruikte, misvormde en mishandelde lichamen; gehavend, uit elkaar gespat, verrot en vergaan. Ik wil weg uit deze imaginaire hel.

Aan de overkant van de straat, in het andere gebouw van het museum, is een retrospectief gewijd aan de Zwitserse fotograaf Gotthard Schuh (1897-1969). In zijn fraaie, lichtvoetige zwartwit foto's 'vloeien poëzie en werkelijkheid moeiteloos in elkaar over', lees ik. En zo is het.

De zon schijnt weer. Oorlog en ellende zijn alweer bijna vergeten. Het waren maar plaatjes. Ik keek ernaar, huiverde even en ging weer verder. Geraakt maar ongedeerd.

'The reality of war is beyond the image' (Elisabeth Bronfen).

Dood en geweld zijn overal. Foto Sietse Postma (2008)

vrijdag 11 september 2009

Vechthonden terug in het Paradijs

't Begon zo mooi. In het Paradijs leefden mensen en dieren vredig met elkaar. Veel schade konden die eerste mensen zo met z'n tweetjes ook niet aanrichten. Maar na de Zondeval gaat het mis. De mensen moeten voortaan ploeteren om in leven te blijven en een beetje hulp van de dieren kunnen zij daar wel bij gebruiken. Maar gebruik wordt misbruik. Honden kunnen je helpen bij de jacht maar je kunt ze ook voor je karretje spannen. Of je kunt ze met elkaar laten vechten en daarbij vette weddenschappen afsluiten. Kortom, van vreedzaam samenleven is geen sprake meer.

Charlotte Dumas (1977)  fotografeert dieren. Niet zo maar dieren, maar beesten die een directe relatie hebben met mensen zoals paarden, honden en circusdieren. Het FOAM presenteert tot 22 november een royaal overzicht van het werk dat zij de afgelopen negen jaar heeft gemaakt. De titel van de expositie en van het boek dat ter gelegenheid hiervan is verschenen, is 'Paradis'.

De foto's vind ik prachtig. Ze zijn stuk voor stuk gemaakt met heel veel aandacht voor lichtval en compositie. Ze zijn warm en klassiek. Dierenlijven zijn geabstraheerd tot louter vorm. Het patroon in de vacht van de tijger gaat naadloos over in de achtergrond. Zacht licht streelt harige huiden. Pure esthetiek.

Foto's Charlotte Dumas

Portretten
Maar er is meer. De fotografe noemt haar foto's 'portretten'. Terecht, vind ik. Elk dier is afgebeeld als individu, in een karakteristieke houding en met een haast menselijke uitdrukking. De blik van de tijger op zijn krikkemikkige houten bank straalt rust en berusting uit. De Siciliaanse zwerfhond lijkt heel tevreden met de kartonnen doos waarin hij zit. En zelfs Jane, de vechthond die de strijd heeft overleefd, kijkt aandoenlijk afwachtend naar degene die, buiten beeld, naast haar mand van oude lappen staat. Geen spoortje van ellende, agressie of misbruik. Alles is 'pais en vree'.

In een gesprek met Merel Bem, dat afgedrukt is in de brochure die de expositie in het FOAM begeleidt, vertelt Dumas dat ze zich in de loop van de jaren meer emotioneel betrokken is gaan voelen bij de dieren die zij portretteert. Daardoor is er ook meer context te zien op de recentere foto's. De dieren worden vaker geportretteerd in hun beperkte leefwereld. Haar betrokkenheid gaat verder. Zo had ze er behoefte aan een verslag te schrijven van de tijd die ze doorbracht in het asiel voor afgedankte vechthonden in New York. Merel Bem duidt die ontwikkeling met enig voorbehoud aan als: "van esthetiek naar engagement'.

Maatschappelijke discussie
In het tijdschrift voor hedendaagse kunst Metropolis M (nr. 4-2009) gaat Manon Braat een flinke stap verder. Onder de titel 'Bekoorlijk dierenactivisme' betoogt zij dat Dumas op subtiele wijze de politieke en maatschappelijke discussie aankaart over de dubbele moraal die de westerse wereld erop nahoudt bij de behandeling van dieren.

Ik citeer de laatste alinea van haar essay. "Aan die extreme humanisering van de dieren ontleent Dumas' werk zijn identiteit en betekenis, maar tegelijkertijd is het een teken van de complete ontsporing van de westerse omgang met het dier. Het zal mogelijk niet haar bedoeling zijn, maar met haar humane dierenportretten bevestigt Dumas de voortgaande vervreemding van de natuur door de westerse mens. Ze laat zien hoe weinig de westerse mens nog in staat is het dier een dier te laten zijn."

Ik ben het volledig eens met Manon Braat dat er - niet alleen in het westen trouwens - vaak ongelooflijk slecht met dieren wordt omgegaan, variërend van de misplaatste vertroeteling van huisdieren tot de immorele en zwaar vervuilende bio-industrie. Ik geloof alleen niet dat kunstfoto's en fraaie fotoboeken de meest effectieve middelen zijn om hier verandering in te brengen. Er zal geen hapje vlees minder door worden gegeten en geen circus zal de tent moeten sluiten. Ik twijfel geen moment aan de betrokkenheid van Charlotte Dumas. Maar ik hoop dat ze vooral doorgaat met het maken van hele mooie foto's. Foto's die ons even het gevoel geven dat we terug zijn in het Paradijs.

Artis (foto Sietse Postma, 2003)


vrijdag 21 augustus 2009

Honderd jaar terug in de tijd met Photoshop

Ik ben verslaafd aan fototijdschriften. Ik kan bijvoorbeeld haast niet wachten tot het nieuwste nummer van het Engelse Black & White Photography in de schappen ligt. Van de Nederlandse bladen kijk en lees ik Focus met het minste en P|f met het meeste plezier. Andere favorieten zijn: FOAM Magazine en GUP.

Bij een speurtocht naar nieuw leesvoer viel m'n oog onlangs op het blad Digifoto Pro. Op de cover las ik: 'Van klik tot kunst, bewerken als een pro'. Als behoudende zestigplusser met een sterke voorkeur voor analoge zwartwitfotografie en liefhebber van beeldende kunst, irriteerde deze kreet me een beetje. Wat dachten ze wel? Gelukkig zakte de irritatie snel weg en maakte plaats voor oprechte nieuwsgierigheid. Ik kocht het blad. Aan die € 4,95 kon ik me geen buil vallen.

Thuis gekomen bleek ik een 'special' te hebben gekocht over beeldmanipulatie. Dat is op fotografiegebied zo'n beetje het laatste waar ik verstand van heb. Van Photoshop Elements 3.0 gebruik ik een fractie van de mogelijkheden. Net genoeg om een foto na het scannen van het negatief een beetje fatsoenlijk te kunnen printen of op het web te presenteren. En eerlijk gezegd voel ik ook niet de minste behoefte om met lagen, scripts, filters, plug-ins en weet ik wat nog meer te gaan werken. Niet dat ik daar principieel tegen ben - kunst is vrijheid, ook fotokunst - maar het boeit me gewoon niet.

Surrealistisch
Ook na het lezen van de artikelen en het bekijken van de beelden in deze 'special', voel ik nog steeds geen aandrang om door middel van beeldmanipulatie een eigen realiteit te creëren. Maar het fenomeen 'gemanipuleerde fotografie' is me wel gaan interesseren. Zo vond ik het boeiend om te zien hoe Filip Dujardin onmogelijke gebouwen in elkaar zet die er op de een of andere manier toch realistisch uitzien (helaas nog niet op zijn website). Totaal anders is het werk van Jochem van Wetten. Zijn beelden zijn volstrekt onwerkelijk. Fotografie is voor hem hulpmiddel om tot een surrealistisch beeld te komen.

Verder wordt aandacht besteed aan de autonome kunstfotografie van Pepeyn Langedijk. Hij merkt op dat een foto die alleen de realiteit registreert hem vaak te weinig vertelt: 'Door elementen toe te voegen of juist weg te halen, zet je als fotograaf het verhaal naar jouw hand en geef je de foto iets mee ter interpretatie voor anderen.' Deze uitspraak vat voor mij aardig samen wat veel fotografen er toe beweegt hun foto's digitaal te bewerken: ze willen iets persoonlijks toevoegen aan het beeld dat de camera heeft vastgelegd. Zij willen net als een schilder zèlf de inhoud en sfeer van de voorstelling bepalen. Met Photoshop kan dat.


'Miss Mary'
Foto Heinrich Kühn, 1908


Picturalisme
Het grappige is dat er meer dan honderd jaar geleden in de fotografie ook een stroming was die sterk aanleunde tegen de schilderkunst en daarom aangeduid werd met 'picturalisme'. Om hun eigen ideeën en emoties in het beeld te kunnen leggen, maakten de picturalisten bijvoorbeeld gebruik van soft-focus lezen en speciale afdrukprocédés als fotogravure en gomdruk.

Grote namen op dit gebied zijn: Alfred Steiglitz, Alvin Langdon Coburn en Heinrich Kühn. Een Nederlandse topper was Henri Berssenbrugge, die een mengvorm van grafiek en fotografie ontwikkelde. Ook deze fotografen wilden meer dan een precieze weergave van de realiteit. En ook zij grepen daarvoor naar nieuwe technische mogelijkheden of ontwikkelden die zelf.

O ja, dat artikel 'Van klik tot kunst' bleek tips te bevatten om digitale foto's 'wat van de analoge sfeer en look mee te geven van veel van de foto's die je in musea ziet'. Dat artikel kon ik overslaan: ik draai gewoon een filmpje in m'n toestel. Overigens relativeert de schrijver al in de eerste zin de titel van zijn artikel : 'Een foto is natuurlijk niet meer of minder kunst door hem op een bepaalde manier te bewerken.' Helmaal mee eens.

Hoe objectief is registrerende fotografie? 
(foto Sietse Postma, 2008)

zondag 9 augustus 2009

Schoonheid gepeurd uit diepe duisternis

'Le Capitole' aan de Rue Laurent Bonnemant in het Zuid-Franse Arles was ooit een bioscoop. Deze maanden is het een van de locaties van het internationale fotofestival 'Les Rencontres d'Arles', dat dit jaar voor de veertigste keer plaatsvindt. In de zalen en krochten van het oude filmtheater is onder meer werk te zien van Michael Ackerman, Jean-Christian Bourcart en Oan Kim. Geen van deze namen komt me bekend voor.
Het interieur is prettig haveloos maar de wanden zijn wit en er blijkt veel moois te zien. Ik geniet bijvoorbeeld van de poëtische maar allesbehalve lieflijke zwartwit serie 'Je suis le chien Pitié' van Oan Kim. Op de wanden staan ook korte teksten van Laurent Gaudé. Het zijn geen bijschriften bij de foto's. Maar op een wat abstracter niveau vullen beelden en teksten elkaar goed aan.

Uit de serie 'Je suis le chien Pitié'. Foto Oan Kim














Ook de close-ups die Jean-Christian Bourcart in New York maakte van automobilisten die gelaten in hun auto zitten te wachten tot het verkeer weer in beweging komt, vind ik erg mooi. De gedempte kleuren van de beslagen en beregende ramen die vaag iets van de omgeving weerspiegelen, en de in zichzelf gekeerde mannen en vrouwen roepen een wereld op die heel ver af staat van de hectiek waarmee je New York normaal associeert. Schitterend.

Uit de serie 'Traffic'. Foto Jean-Christian Bourcart













Ruige zwartwit beelden
Als laatste wil ik de presentatie bekijken van Michael Ackerman. Zijn foto's worden geprojecteerd in een zijzaaltje. Ik zak weg in een van de comfortabele bioscoopstoelen en neem me voor de hele serie uit te zitten, goed of niet. Ik ben al uren op pad in het charmante maar bloedhete Arles. Tijd voor een korte pauze. Helaas: het scherm blijft leeg, hoe geduldig ik ook wacht. Een van twee andere belangstellenden is gelukkig minder geduldig en waarschuwt de suppoost. Na gehannes met twee 'remote controls' en technische aanwijzingen van een van de bezoeksters, is er na enige tijd geluid en daarna ook beeld.
Het kost me totaal geen moeite om de serie uit te zitten. In tegendeel. Geboeid kijk ik naar de indrukwekkende, ruige zwartwit beelden die voorbijkomen. De wereld die Ackerman me hier voorschotelt, is somber, rauw en wreed. De beelden zijn technisch imperfect: extreem korrelig, onscherp en rommelig gecomponeerd. Prachtig vind ik dat. De boodschap is eigenlijk overbekend: de wereld is ziek, de mens is rot en het leven is zinloos. De stijl en het handschrift van de in Tel Aviv geboren maar tegenwoordig in Berlijn wonende fotograaf, geven de loodzware inhoud echter een zekere lichtheid. Uit de diepste duisternis is nog schoonheid te peuren.

Uit de serie 'Half life'.
Foto Michael Ackerman
















Gekrenkt
De volgende dag zie ik op een andere locatie meer foto's van Jean-Christian Bourcart. Het is weer een serie kleurenfoto's, nu gemaakt in Camden in New Jersey, niet ver van New York. Camden zou de gevaarlijkste stad van Noord-Amerika zijn. Als ik de beelden zie, geloof ik dat graag. Camden is de hel op aarde. De huizen zijn kapot, de mensen ook. Er is ook een gefilmd interview met een van de zwarte bewoners. De man is gekrenkt tot in het diepst van zijn ziel. Als de EO dit zou uitzenden, zouden we voornamelijk piepjes horen.

Uit de serie 'Camden'.
Foto Jean-Christian Bourcart














Op de kwaliteit van de foto's en de moed van Bourcart is niets af te dingen. Hij toont dezelfde duistere kant van onze wereld als Michael Ackerman. Maar dan niet gestileerd of verhuld in poëtische zwartwit beelden, maar recht voor z'n raap. Toch was ik meer onder de indruk van het werk van Ackerman. Zijn evocatieve beelden raken me meer dan het onontkoombare realisme van Bourcart.

Op een van de andere locaties van het festival las ik de volgende uitspraak van de Franse beeldend kunstenaar Daniel Buren: ' L'art n'a jamais été un problème de contenu mais un problème de forme.' Hij kon best eens gelijk hebben.

Alternatieve exposities op de muren van Arles. Dit is werk van Leo Mauger.
Foto Sietse Postma (2009)